Biofysische
informatietherapie levende systemen (BIT).
Vertaling van Biophysikalische Informations-Therapie BIT; Grundlagen und Wirkungsweise. Dr. med Bodo Kohler, Fachartzt fur Innere Erkrankungen, Naturheilverfahren und Homoopathie. 14-7-2000.
Wat is het nieuwe en het bijzondere aan deze vorm van geneeskunde? We staan tegenwoordig op een punt waar wegen elkaar scheiden. De totale natuurwetenschap heeft hun bevindingen gebaseerd op een specifiek systeem, namelijk het levenloze, gesloten systeem, welk mechanisch verklaard wordt. Het is bijna niet voor te stellen dat tot op de dag van vandaag wetmatigheden uit de wetenschap als vanzelfsprekend voor levende, open systemen wordt overgenomen. Dat gaat namelijk niet!
Sinds kort wordt het langzaam duidelijk wat de uitwerking is van deze basale denkfout. De doodlopende weg waarin de huidige geneeskunde zich bevindt is daarmee te verklaren. Want de enorme toename van de chronische ziekten, waarvoor geen oplossingsmogelijkheden zijn, is een gevolg van het verwaarlozen van functionele samenhangen. Daarbij komt nog dat functie eenheden van het organisme niet nader worden onderzocht maar dat hun existentie simpelweg wordt genegeerd. Hierdoor moet er een aanzienlijke inhaalslag gemaakt worden in het basale onderzoek, zodat op een dag de werkingsmechanismen van de zogenaamde 'zijlijnmethoden' begrepen worden. Ze functioneren in de praktijk, maar het verklaringsmodel wordt meestal niet geaccepteerd, omdat de huidige wetenschappelijke methoden de dynamiek van de open systemen niet bevatten kan.
Op deze plaats moet gesteld worden dat de geëtableerde wetenschap op grond van haar mechanisch‑lineair denken niet in staat is het fenomeen leven te verklaren! Hoe kunnen dan bruikbare ingangen voor de behandeling van gestoorde levensprocessen (die we ziekten noemen) te verwachten zijn? Het is verder verbazingwekkend dat de onderzoeksresultaten van de kwantumfysica tot op heden nog niet in het natuurwetenschappelijke wereldbeeld geïntegreerd zijn. Het begint al bij het begrip materie. De materiele realiteit is niet gelijk aan massa te stellen, maar het bestaat uit een drie-eenheid Massa, Energie en Informatie, waarbij massa en energie zich polair verhouden en de informatie de keuze is tot de vorm die wordt aangenomen. Massa en energie zijn dus de extremen in een polariteit, dat betekent dat er dus nooit pure energie of pure materie bestaat. Altijd is er een deel van het een in het ander aanwezig. Welke vorm realiteit wordt, wordt uitsluitend bepaald door de informatie. Massa en energie zijn daarom alleen middelen voor het doel. Als deze gegevens in het organisme worden omgezet, dan wordt het duidelijk dat achter elke structuur (of ziek of gezond) een informatie, een idee aanwezig moet zijn, anders was ze niet ontstaan. Daarmee komen we bij de eigenlijke mogelijk makende, scheppende geest.
Toch nog even terug naar de materie. Het massa-aandeel in materie is extreem gering. Als we kijken naar de opbouw van atomen, dan zien we dat velden worden opgebouwd om de enkelvoudige deeltjes heen, op grond van rotatiebewegingen van de verschillende ladingen. Deze velden breiden zich in de totale ruimte uit en interfereren daardoor voortdurend met elkaar. De deeltjes zelf raken elkaar niet aan, dit gebeurt alleen maar door hun velden. Dit betekent dat het contact en de reacties onder elkaar (bijv. de vorming van moleculen) alleen over de werkende veldkrachten gebeurt en nooit door de deeltjes zelf. Daarmee zijn dus de chemische processen in werkelijkheid een fysisch proces. Nauwkeuriger gezegd: quantenfysieke veldwisselwerkingen zijn de basis voor de vorming of het verval van moleculen, zoals dit in ons lichaam voortdurend gebeurt. De sturing van deze energetische processen staat daarom op de voorgronden en niet de materiele bouwstenen.
Open levende systemen moeten letten op een exacte energiebalans, omdat deze bij een te hoge input aan energie een warmtedood zouden overlijden, bij teveel output zouden bevriezen. Omdat de energie niet alleen door de voeding maar ook in grotere hoeveelheden (tot 2/3) via externe bronnen (bijv. de zon) wordt opgenomen, door beweging wordt vrijgemaakt en via transpireren en andere uitscheidingsmogelijkheden worden afgevoerd, is een complexe regulering noodzakelijk.
Dit wordt normaal gesproken door de celstofwisseling gerealiseerd (evenals alle regeneratieprocessen). Dit systeem reageert met een voor ons onvoorstelbare snelheid (30.000 tot 100.000 chemische reacties/seconde in elke cel), die alleen over een snelle energetische besturing (informatieoverdracht) mogelijk is. Dit wordt door photonen getriggerd die als laserimpulsen van het DNA afgegeven worden. Hiervoor moet het DNA in een geactiveerde toestand gebracht worden en een zogenaamde 'exciplextoestand' (van exciting complex) vormen. Dit is mogelijk omdat
het DNA als een holleruimte-resonator fungeert en in staat is lichtenergie op te slaan. De vorming of het oplossen van een molecuulstructuur is zoals gezegd een fysisch proces. Dit wordt bereikt door een gezamelijke benutting van elektronen, respectievelijk afscheiding van dezelfde elektronen. In geen geval wordt het atoom zelf in een of andere vorm veranderd. De impuls komt uitsluitend en alleen van fotonen (lichtquanten) die de elektronen door 'aanslaan' in een hogere omloopbaan brengen of door het terugvallen van dezelfde elektronen weer vrijkomen.
Het (hoogcoherente Laser) licht uit het DNA stuurt dus de chemische processen!We hebben te maken met een hogesnelheidsbesturing die zeer gevoelig reageert maar daarom gevoelig is voor verstoringen. In geval van ziekte is dit systeem nog meer belast. Het kan door verschillende factoren (van de psyche tot milieuvergiften) geïrriteerd worden, met als resultaat chronische ziekten. Ongeacht om welke belasting het gaat, het ziekte beloop wordt bepaald door de emotionele grondstemming (resulterend uit de persoonlijke levensovertuiging). Chronisch zieken hebben door een bepaalde gebeurtenis de fascinatie in het leven verloren. Fascinatie heet: zin in nieuwe dingen, moed om te veranderen, de basis voor een snelle stofwisselingsaanpassing, voor gezondheid. Alle chronische ziekten laten zich op het regulatorniveau van de vastgelopen eenzijdige stofwisselingsactiviteit herkennen, die dan het tekort weerspiegelt. Het organisme heeft ontelbare 'standaardprogramma's' opgeslagen, welke indien noodzakelijk kunnen worden afgeroepen. Deze komen voort uit de ervaringen die door vele generaties onder de meest verschillende omgevingsomstandigheden zijn gemaakt en overgeërfd zijn. De mogelijkheden zijn aanwezig door leerprogramma's die daarentegen bij snel wisselende en veel nieuwe omgevingsfactoren aan de grenzen van hun mogelijkheden komen. Dit is blijkbaar de verklaring voor de toename aan allergieën omdat deze reactiviteit van het immuunsysteem elke logica ontbeert. Deze chaos toont de hulpeloosheid wanneer niet op een vast programma teruggegrepen kan worden. Dan wordt niet meer gedifferentieerd maar alleen nog het noodprogramma 'afweer' ingeschakeld en eenvoudig alles bestreden. Dit is een anabole reactie. Kanker, een katabole ziekte, heeft het probleem van het tekort aan differentiering op celniveau. In beide gevallen is een verlies aan informatie de basis. De extreem hoge dynamiek van de stofwisselingsfunctie kent maar een doel: een zo snel als mogelijke aanpassing aan de wisselende omgevingsomstandigheden. Elke vertraging (bijv.door energiegebrek), elke stilstand (bijv. door blokkaden) werken zich ziekmakend uit.
De chronische ziekte moet als een stagnatie in het ‘proces van het leven’ opgevat worden en is altijd een uiting van een tekort. Dit tekort kan op verschillende niveaus liggen (op het diep materiele deeltjesniveau tot de psyche). De genezing
is altijd een actief proces van de patiënt zelf en kan alleen volbracht worden als er een innerlijke bereidheid tot verandering bestaat. Het is niet het strijden om gezond te worden, maar het toelaten van de verandering. Alleen dan kunnen geestelijke wetten, welke het universum regeren, vrij en ongehinderd werken. Een van de belangrijkste hindernissen in het voortdurende herkenning‑verandering proces is de angst voor verandering die veel mensen hebben. Bepaalde gebeurtenissen in het leven worden niet meer als impuls gezien en daarmee als een kans in het veranderen van de gewoonten. Ze worden eerder gezien als een bedreiging van de zekerheid. De BIT begint precies hier. De BIT maakt het de patiënt mogelijk dat deze zich nog een keer met een belastend gegeven confronteert, maar in een situatie waarin de patiënt in evenwicht is. Hierdoor is de belastbaarheid groter en de tolerantiefactor hoger. De patiënt merkt dan dat van deze gebeurtenis geen bedreiging uitgaat, in tegendeel, dat zelfs positieve impulsen te verwachten zijn. De vooruitgang ligt in zijn kijk op de wereld te veranderen, uit de passieve rol in een actieve rol te stappen, angst tegen oervertrouwen in de schepping in te wisselen,verandering toe te laten, zich als integraal deel van het universum te zien, zijn potentiaal en talenten te ontplooien en daardoor weer plezier in het leven te krijgen.Hoe kan men zich de werkwijze van de BIT voorstellen?
De stabiliteit van de materie baseert zich niet op de massa die aanwezig is. Deze bedraagt daadwerkelijk maar 0.001% van het totaal. De rest, 99,999% is vacuüm. Alleen door de extreem snelle bewegingen van de deeltjes in exact vastgelegde banen, volgens strenge mathematische wetten, komt de samenhang tot stand. Beweging geeft dus de stabiliteit.Het gaat om, zoals reeds opgemerkt, om exact vastgelegde banen die beslist aangehouden (moeten) worden, omdat er anders door voortdurende botsingen chaos zou ontstaan. Zelfs op dit atomaire niveau herkennen we een hoge kosmische ordening. Achter elke ordening zit informatie (informare= in vorm brengen). Tussen ordening en informatie bestaat een relatie die als volgt weergegeven kan worden: Dit betekent dat bij een hoge ordeningsgraad alleen een kleine hoeveelheid informatie nodig is, wat de optimale verhoudingen in de natuur zeer tegemoet komt. Elk levend systeem probeert met de geringste verspilling aan energie het grootst mogelijke effect te bereiken. De ordening begint al op het onderste niveau en zet zich dan naar boven door in alle bereiken. Elk verlies aan ordening moet daarom gezien worden als een 'probleemoplossend‑verschijnsel', dat niet meteen negatief beoordeeld moet worden. De acute ontsteking, die een genezingsreactie is, geeft de mogelijkheid een opgedrongen verkeerde ordening (bijv. door bacteriën) weer kwijt te raken. De gevormde chaos (met alle klassieke ontstekingsverschijnselen) is bepaald, wat betekent dat deze volgens een bepaald schema afloopt (vergelijk alarmreactie naar Selye). In het geval van een chronische ontsteking is het 'sterf en ontsta' proces ergens blijven steken. De opengestelde bouwput is (door energietekort? informatietekort? tekort aan bouwstoffen?) niet opgeruimd. Het is daarom noodzakelijk het tekort te vinden en op te lossen. Nu moet bedacht worden dat in het geval van ziekte het primair gaat om een lokaal proces dat vergaande uitwerkingen hebben kan. Tot op het laatste moment probeert het organisme de schade te beperken door het probleem af te grenzen. Het lichaam schermt zieke delen consequent af van gezonde, zodat de rest van het organisme niets van het gebeuren merkt. Pas als de grenzen doorbroken zijn (resistentiedoorbraak) resulteert dit in een algemene ziekte.
Het is niet toevallig dat op een bepaalde plaats in het organisme een te tekort ontstaat. Waarom het de lever, darm of nier is, heeft bijzondere redenen. Hier komt de psyche om de hoek kijken. Bewustzijn en intelligentie zijn namelijk niet tot de hersenen beperkt, maar zijn eigenschappen, die zich op alle niveaus terug laat vinden, zelfs bij de elementaire deeltjes. Dit is aangetoond door verschillende experimenten van de quantumfysici. Als dus een bepaald deel van een weefsel stagneert in het genezingsproces dan kan dit gelijk gesteld worden met 'weigering'. Op deze plaats moet duidelijk gewezen worden op een eigenschap van het organisme, namelijk de adaptatie aan chronische belastingen. Als bepaalde invloeden (bijv. bacteriën) niet binnen een bepaalde tijd (1 week na Selye) kunnen worden geëlimineerd, dan gaat het lichaam zich reorganiseren volgens een optimaliseringprincipe, om krachten te sparen. Het lichaam houdt op met vechten. Een chronisch ziek weefsel toont aan dat het deze toestand inmiddels heeft geaccepteerd en als normaal beschouwd. Men kan hier spreken van adaptatie van een systeem op een nieuwe (vaak zeldzame) attractor. Niet eerder dan wanneer deze bijzonderheden begrepen zijn kan het effect van de BIT geëvalueerd worden. Met inachtneming van de hierboven beschreven samenhangen wordt nu geprobeerd van buiten af een informatieoverdracht te bereiken. Het zieke weefsel moet weten dat het zich in een uitzonderlijke en niet in een normale toestand bevindt. Tegelijkertijd moet ook de informatie worden overgedragen hoe er een terugkeer in de normaliteit kan volgen. Deze speciale programma's, die een transformatie in het zieke weefsel kunnen bewerkstelligen, moeten van het organisme zelf komen. Voor de buitenstaander is het onmogelijk een inzicht te krijgen in de complexiteit van levende systemen. Om nu de gewenste verandering te bereiken wordt het specifieke trillingspatroon van de ziektehaard op een gezond gebied overgedragen. Dit veroorzaakt op deze plaats stress, waardoor dit weefsel tot een reactie gedwongen wordt, omdat het deze input moet uitreguleren. Omdat in dit gezonde weefsel nog een hoge ordeningsgraad (homeostase) voorhanden is en daarmee een ongestoorde informatievloed mogelijk is, betekent het dat ons stoorsignaal uitsluitend een kortdurende irritatie zonder negatieve gevolgen is. Het gezonde weefsel tracht meteen door een tegen-impuls het evenwicht weer te herstellen. Dit reactie‑antwoord is de genezingsimpuls en is elektromagnetisch van aard. Het is het reparatiesignaal dat het tekort in het weefsel in evenwicht kan brengen en breidt zich meteen in het totale organisme uit. Maar het kan alleen maar met het zieke gebied in resonantie komen, omdat uitsluitend in dit gebied het betreffende (overeenkomstige) frequentiepatroon aanwezig is.
Resonantie is afhankelijk van 1) gelijke spraak (frequentie) 2) gelijke intensiteit (amplitude) 3) Harmonie (geven en accepteren).
Alle drie de voorwaarden zijn in het lichaam vervuld. Vanuit het gezichtpunt van therapeutische interventies met apparatuur is het dus zinloos met hoge versterking een effect te willen bewerkstelligen. Eerdere kunnen dan blokkades ontstaan. De mogelijke autonomie van de verschillende weefselonderdelen kan niet met geweld doorbroken worden. Elke verandering is er daarom een van vrijwillige aard die door de psyche gecontroleerd wordt. Diegene die wetenschappelijk geïnteresseerd is, is er zeker op gebrand te ervaren waaruit het antwoordsignaal van het gezonde weefsel bestaat. Het antwoord is simpel. Deze signalen kunnen door een Signafrequentie‑analyser gemeten worden. Dan meet men de frequenties die met de informatie overgedragen zijn, de zogenaamde dragergolven. Dit is alleen maar het fysische aspect. De informatie-inhoud heeft een geestelijke natuur. Het representeert bewustzijn. Dit is niet meer meetbaar en kan alleen maar door de werking worden herkent. Hierdoor worden er van het zieke weefsel niet alleen frequentiemengsels (deze behoren tot de energetisch‑ materiele realiteit) afgenomen en overdragen maar ook 'bewustzijn'. Deze aanname botst weliswaar met de huidige heersende wetenschapsopinie, maar niet met de uitspraken van de kwantumfysicus. Deze gaat er reeds lange tijd van uit dat achter alle verschijnselen in onze reële wereld (syntax), immateriële bewustzijnprocessen staan (semantik), welke de eigenlijk werkende factoren (realiteitsveroorzakers) zijn. Dat is de geest van god (vergelijk o.a. Max Planck). Als deze aannames betrokken worden op de BIT kan dus gesteld worden dat het werkingsmechanisme niet alleen over biofysische fenomenen verklaard kan worden (dit heeft alleen betrekking op het trillingsniveau), maar dat het gelijktijdig om de transformatie van bewustzijn handelt. Nu moet niet de fout gemaakt worden dat het een van het ander te scheiden is. Elke informatie komt voort uit de zogenaamde 'Kosyrev‑ruimte' (geestelijke ruimte) en werkt van daaruit in de 'Minkowski‑ruimte' (werkelijkheid‑ruimte). Hiervoor worden fysische transportmedia gebruikt. De mens is de scheidingslijn tussen deze beide ruimten. Dat betekent dat elke gebeurtenis in de werkelijke wereld bewustzijnsgestuurd is en wel op elk niveau (daardoor ook op celniveau, atomair niveau etc.). BIT is daarom niet eenvoudig een apparaten ‑therapie. De apparatuur is weliswaar noodzakelijk om de overdrachtprocessen te genereren. Maar het 'geneest' niet; het transporteert de noodzakelijke informatie van de ziektehaard naar gezonde delen van het lichaam. De gewenste genezingsimpuls kan alleen ontstaan doordat we een opmerkingssignaal in het gezonde weefsel plaatsen. Het antwoord van het organisme kan nooit in deze precisie kunstmatig van buitenaf gevormd worden. De genezende informatie werkt zich van diep moleculair tot de psyche uit. Daardoor wordt het oorzakelijke probleem op alle niveaus 'bewust' gemaakt en kan opnieuw
verwerkt worden. Om de patiënt in de mogelijkheid te stellen op deze genezingsimpuls te reageren, moet de ordeningsgraad in het lichaam voldoende zijn. Dit wordt door de BIT (Stofwisseltherapie, Matrix‑regeneratie, kleur‑toon‑therapie) en over ritmen bereikt. Na 25 jaar onderzoek en ontwikkeling op het gebied van de informatieve geneeskunde ziet de BIT er als volgt uit. De individuele aard van de toepassingen maken het mogelijk dat er direct aan de oorzaak gewerkt kan worden (het stagnerende levensproces). Omdat een chronisch ziekteproces altijd met een niet verwerkte gebeurtenis samenhangt, wordt door de BIT een nieuwe confrontatie met dit probleem mogelijk gemaakt, waardoor de kans ontstaat dit voor eens en altijd op te lossen. Dit wordt aan de patiënt duidelijk gemaakt in de gesprekken tijdens de BIT behandelingen, zodat de patiënt actief mee kan werken. De BIT moet als een driehoeksverhouding patiënt‑apparaat‑therapeut begrepen worden. De patiënt wordt niet onmondig gemaakt of gemanipuleerd. De patiënt blijft het actieve deel. De therapeut geeft zijn intentie in de behandeling, waardoor de richting bepaald wordt. Hij gaat een interactie aan met de patiënt. Het apparaat werkt als een informatieoverdrager, waar de informatie echter van de patiënt afkomstig is en wederom in de patiënt het genezingssignaal genereert. Samenvattend kan gesteld worden: Een energetische therapievorm kan alleen aan het levende systeem zelf, de bijzonderheden van het open systeem meegerekend, correct beoordeeld worden. Daar treffen we materiele structuren aan die uit massa, energie (reële ruimte) en de daarin vervatte informatie bestaan, welke weer tot de geestelijke ruimte behoort. Alleen door de synthese van beide ruimtes wordt de eenheidsgedachte geen geweld aangedaan, omdat elke tweedeling door wetenschappelijke interesse een kunstmatige verdeling is. Elke materiele verschijning, in het groot als in het klein is altijd een materiele realiteit met geest. Met de BIT werken we over de geest‑ruimte die tot de informatie behoort in op de materiele structuren en gebruiken daarbij fysische draaggolven. Hiervoor zijn de elektronische apparaten nodig. Omdat de informaties direct van ziek weefsel afkomstig is, is de BIT de meest direct weg in de behandeling. Het succes van elke therapie hangt op psychisch niveau van de openheid en de bereidheid van de patiënt af om verandering toe te laten. Aan de lichamelijke zijde is het de functie van het immuunsysteem dat onze directe partner is. Voor de informatieoverdracht speelt de ordeningsgraad van het weefsel een grote rol. Deze moet zo mogelijke groot zijn. Een deel van de behandeling is dus fysisch te verklaren. Het andere deel raakt de geesteswetenschappen. We zullen erin moeten berusten dat de Goddelijke Schepping altijd nog enige geheimen voor zich gehouden heeft. Over de morfische resonantie is het mogelijk het universele weten af te roepen. Desalniettemin kan het gebeuren dat doordat men zijn tijd ver vooruit is , men (nog) niet begrepen wordt. Zo vergaat het ons nog vaak met de BIT.
Vertaling van Biophysikalische Informations-Therapie BIT; Grundlagen und Wirkungsweise. Dr. med Bodo Kohler, Fachartzt fur Innere Erkrankungen, Naturheilverfahren und Homoopathie. 14-7-2000.
Literatuur:
Adey, WR Whispering between cells: Electromagnetic fields and regulatory mechanisms in tissue, Frontier Perspectives Vol 3 no 2, 21-25 1993.
Adey WR, Lawrence AF. Nonlinear wave mechanisms in interactions between excitable tissue and electromagnetic fields, Neurological Research 4, 115-153, 1982.
Becker, O. Funke des Lebens, Scherz Verlag Munchen
Bergsmann, O. Uber muskulare resonanz-und dampfungsphanomene bei Akupunktur und Lasertherapie. Dt. Zeitschr. F. Akup. 3/85
Bigu-del-Blanco, J. Some special applicatons of microwave radiometry of biological systems. Proc. El. Magn. Compatibility.
Bischof, M. Biophotonen-das Licht in unseren Zellen. Verlag 2001
Capra, F. Das Tao der Physik. Scherz-Verlag
Charon J.E. Der Geist der Materie. Ullsein Verlag 1982
Droscher, W./Heim, B. Strukturen der physikalischen Welt und ihrer nichtmateriellen Seite. Resch-Verlag 1996.
Frohlich, H. Biological coherence and respons to external stimuli. Springer Verlag 1988
Giudice E, del. Coherence in condensed and living matter. Frontier Perspectives Vol 3, no 2 16-20. 1993.
Heim, B. Elementarstrukturen der Materie. Resch Verlag Innsbruck 1985
Heim, B. Postmortale Zustande? Resch Verlag, Innsbruck 1980.
Heine, H. Lehrbuch der Biologischen Medizin. Hippokrates Verlag
Kaucher, E. Gegenwart und Zukunft der Menschheit-Neues Denken in der Medizin.
Kiene, H. Komplementarmedizin-Schulmidizin, Die Wissenschaftsstreit am Ende des 20. Jahrhunderts. 2. auflage 1996.
Kohler, B. Biofysicalische Informations-Therapie. G. Fischer-Verlag 1997
Kohler, B. Das Praktische Arbeitsbuch zur BIT. Comed Verlag 1997
Kohler, B. Synergistisch-biologisch Krebstherapie. Comed Verlag 2000
Kohler, B. Lehrbuch der Symmetropathie. Medicus Verlag Freiburg 2000
Ludwig, H.W. Informative Medizin. VGM Velag 1998
Luscher, M. Das Harmoniegesetz in uns. Econ Verlag Munchen.
Matheis, R. Leaderschip Revolution. Verlag Frankfurter Allgemeine
Muheim, J.T. Zur universalen Rolle der Elementarteilchen. Rapport de la reunioon de printemps de la Societe Suisse de Physique. 56, 925-928 1983.
Peitgen, H-O et al. Chaos, Bausteine der Ordnung. Springer 1994.
Pischinger, A. Das System der Grundregulation. Haug Verlag.
Popp, F.A. Molekulare und biophysicalische Aspekte der Malignitat. Praxis Verlag, Leer.
Popp, F.A. Electromagnetic Bio-Information. Urban and Schwarzenberg Verlag 1989.
Popp, F.A. Recent advances in biophoton research and its applications. World Scientific 1992.
Prigogine, I. Stengers, I. Dialog mit der Natur. Ex Libris Zurich.
Rubbia, C. Nobelpreis 1984 fur den experimentellen Nachweis der Materie ubergeordneten Wechselwirkungsquanten, welche Struktur der Materie steuern.
Sheldrake, R. Das schopferische Universum. Meyster Verlag Munchen 1983.
Schole, J. Lutz. Regulationskrankheiten. Enke-Verlag Stuttgart.
Smith, C.W. Best, S. Electromagnetic man. Dent en Sons London
Stuhmer, R. Korper und Geist. Universitas Verlag Munchen 1997
Wever, R. ELF effect on human circadian rhythm. In: Persinger M.A. ELF and VLF electromagnetic field effects. Plenum Press 1980.
Wilber, K. Das holografische Weltbild. Scherz-Verlag.
Zycha, H. Organon der Ganzheit. Haug-Verlag Heidelberg. 1996.
